Mara van Vlijmen (1979)
“Toneelspelen leer je niet uit een boek, maar als ik gedwongen wordt er een te schrijven zou het ‘Werktuiglijk spelen’ heten.  Ik hou van het rituele karakter van theater, om een voorstelling telkens als een mis nieuw leven in te blazen. Ik accentueer liever dat we iets al vaker gespeeld hebben dan dat ik het verstop. Eenvoudige dingen; bij Poëten en Bandieten plakte ik elke avond een stuk kauwgom op m’n bureau, de oplettende kijker zag aan het eind van de speelreeks een heel kiezelpad. Toneel is ofwel ritueel, en dan is het de kunst om zo technisch mogelijk te acteren: als wajang poppen, ofwel improvisatie, en dan gaat het er juist om alle ruimte te nemen, zoals in San Francisco, waar alle nieuwe impulsen de grootste lach kregen, lullig of niet, omdat ze du moment ontstonden.”