Vincent Rietveld (1977)
“Mijn grote frustratie met ons vakgebied is de paradox dat theater een autonome kunstvorm is, en toch inherent afhankelijk van een publiek.
Tegelijkertijd is die paradox mijn motor. Zou die motor slechts op één pit lopen had ik er al lang het bijltje bij neergegooid.
Peter Brook vond één speler en één toeschouwer in beginsel voldoende voor een geslaagde avond theater. Akkoord, maar dan moet er wat mij betreft ook maar één zitplaats zijn, en geen 199 lege stoelen naast hem. Aangezien we in Nederland een toerend repertoiresysteem hanteren zou ik willen zeggen: voor een goede toneelavond moet het theater tot op de laatste stoel uitverkocht zijn.
Ik heb een schurfthekel aan die gezelschappen die denken dat je alleen maar met BN’ers succes kunt hebben in de grote zaal, of alleen intimiteit kunt bereiken in de kleine.  Voor mij is De Warme Winkel een breekijzer die met die ideeën zal afrekenen. De Warme Winkel is een BN’er, De Warme Winkel is intiem.
Je moet alleen niet in de verleiding komen om je succesnummers uit te melken. Ja, we hadden een speelfilm en een sketchprogramma van die types uit Achterkant kunnen maken, met hun briljante improvisaties. Maar ik wil geen Bob de Rooij zijn, wij zijn geen Jiskefet. We hadden een kringloopwinkel festival kunnen beginnen na het maken van Jandergrouwnd, waar we de circulaire economie op de agenda zette. Maar dat laat ik graag aan anderen over, het te gelde maken van ons pionierswerk.”