Gijsbrecht

“Met deze nu al legendarische opvoering van de ‘Gijsbrecht’ heeft Job Cohen Amsterdam een brutaal en vooral “weerbaar” Nieuwjaarsgeschenk gegeven.”- NRC Handelsblad 

Op 1 januari 2010 bracht De Warme Winkel een veertig minuten durende voorstelling over de traditie van de Gijsbreght van Aemstel in het Concertgebouw aan het Museumplein te Amsterdam. Het 2000 koppend tellend publiek overspoelden ze met tal van sappige feitjes, honderden dia’s om uiteindelijk in vol historisch ornaat de aller aller aller belangrijkste scene uit het eeuwenoude Amsterdamsche stuk te spelen namelijk het afscheid tussen Gijsbreght en Badeloch.
Bij De Warme Winkel is het afstoffen van (bijna) vergeten passages uit de geschiedenis en de liefde voor kunst en literatuur in het algemeen, altijd een belangrijke motor en uitgangspunt voor het maken van theater. Daarbij sparen we ons onderwerp niet. Vaak maken we haar en onszelf belachelijk, houden haar grondig voor het licht en wentelen ons erin rond, maar altijd met het doel om er uiteindelijk juist extra oprecht en liefdevol een ode aan te kunnen brengen. Deze opdracht paste daarom als gegoten bij ons. We wisten meteen dat we de opdracht heel letterlijk wilden nemen en dat ook als hoofdthema van de voorstelling wilden maken: De traditie nieuw leven inblazen. Het estafette-stokje overnemen van de laatste traditionele opvoering op 1 januari 1968, “op een eigentijdse manier”. Vereiste daarvoor was, dat we ALLES van de traditie moesten en wilden weten. We hebben ons tot doel gesteld dat de mooiste en meest bijzondere elementen van deze traditie op deze avond benoemd moesten worden. Een van deze elementen van de traditie was, dat de Gijsbreght van Aemstel ook altijd een viering van de fantastische stad Amsterdam was. Dat vonden we erg toepasselijk voor de opdracht en de feestelijkheid van de avond an sich. Uiteindelijk hoopten we met deze voorstelling traditie in het algemeen te vieren. Maar wel op een moderne manier, want volgens ons staat traditie nooit los van het hier en nu…
Zo begon Mara van Vlijmen met het citeren van de beroemde openingsregels van het stuk, voorafgegaan aan de oproep: “wie het kent mag het meezeggen”. Op 1 januari 2010 steeg uit het concertgebouw onmiddellijk een enthousiast gegons op:

“Het hemelsche gerecht
heeft zich ten langen leste
erbarremt over my en myn benauwde veste,
en arme burgery,
en op myn volcx gebed,
En dagelix geschrey de bange stad ontzet.”

De genodigden van Burgemeester en wethouders van Amsterdam kennen hun klassieken!
Jeroen De Man, in trainingspak met een T-shirt met het wapen van Amsterdam erop, begon met een eigentijdse uitleg van de geschiedenis van het wapenschild dat Gijsbreght door de jaren heen in het stuk gebruikte. Later kwam hij, inmiddels volledig harnast en met een bebloed hoofd, met een reusachtig schild op, met daarop de woorden: I Aemstelredam (uiteraard in de vormgeving van het inmiddels bekende I AMsterdam) Er ging een golf van herkenning en gelach door het publiek in het Amsterdamse Concertgebouw: zo eigentijds is de Gijsbreght dus.

Credits